Rockrace, de finale: Het was nipt, heel nipt
Artikel gepubliceerd op 1 mei 2015 om 17:26
Whispering Sons    
© De Moeial, Emily Schennach

De laurierkrans is voor Whispering Sons. Wie had dat gedacht. Waren Reuske en Milpool voor aanvang van de finale nog de favorieten, dan bewijst Whispering Sons dat een puik concert qua opbouw en sound je heel ver kan brengen. In dit geval: op het hoogste trapje van het Rockracepodium, na een hoogstaande finale.

Act nummer een: James Francis King aka JFK aka Jeroen Bossee met neef aan de knoppen. In de voorronde en halve finale nog wat timide, maar de AB doet wat met een mens. Een opener als ‘Eden’, waarin je een zelfreflecterende Mike Skinner hoort in bijhorende zwartwitclip, helpt dan alleszins ook: meteen de spierballen laten rollen als JFK zich naar de hoogste frequentie qua woordenvloed van de avond rapt. The words slip away, zo bolde het nummer paradoxaal genoeg uit.

‘Doo’ kabbelt verder op een zorgerlozer muziekje en is uitermate geschikt voor JFK’s andere troef: dat stiekeme monkellachje. Breder dan anders overigens, want JFK amuseerde zich wel, daar op het podium. Zonder op-de-borst-klopperij kom je als rapper natuurlijk nergens, maar steevast voegt JFK daar wel een scheut zelfrelativering aan toe. Got some gigs confirmed/But still not a lot of cash: West-Vlaamse bescheidenheid.

Viel ons ook positief op: ‘Worries’ (Bitches for later/Worries for now, leuk toch). ‘Hakuna Matata’ is dan weer van die geforceerde vrolijkheid en – nou ja, hierover hebben we het al gehad in het verslag van de voorronde. Hier en daar vloekte er wat met JFK’s laidback (blij dat we dat woord hierna niet meer hoeven te gebruiken) raps and rhymes: van die cover werden we warm noch koud, met de soulsample in het voorlaatste nummer zijn we verzoend maar de raps waren te donzig en aan het laatste nummer kregen we kop noch staart geplakt.

Maar hé, open anders even een AB om half acht ’s avonds.

Milpool dan. Even een minuutje wachten na de aankondiging, op het gemakje nog wat stemmen, en dan het gaspedaal indrukken. Opener ‘Dogs’, eigenlijk een rustig nummer, gaf al goed van jetje, maar toen hadden we de synthsnelheidstrein ‘Cool’ nog niet gehoord. Klinkt het niet dan botst het maar, zeker in al zijn rauwheid zonder effect op de zang. Vinden wij op zich wel lekker, die Brooklynites/slacker/Parquet Courts-mentaliteit, maar niet iedereen kan zo’n tornado pruimen. Tevens de reden waarom Milpool uiteindelijk niet won en op de derde plaats eindigde.

Nochtans heeft Milpool de beste songs. ‘Faults’, natuurlijk, en de bas in ‘Hawaii’ zullen we ons ook nog lang heugen. Volgend jaar gewoon weer meedoen, is ons devies. Nummertje minder (immers negen in totaal, en negenenhalf als je die quasi op zichzelf staande klets na dat nieuwe nummer in het midden van de set erbij optelt),dan komt dat wel goed.

Zelden was de finale van een dusdanige kwaliteit.

Je krijgt wat je verwachten kan met Whispering Sons. Beetje new wave, beetje postpunk, likje drumpads, tikje synths en hier en daar een uithaal van stem en gitaar. Twee nieuwe nummers wel, en dat kon de set goed gebruiken.

Waarom Whispering Sons dan won? Van alle finalisten hebben zij het meest geprofiteerd van de zaal. De onheilspellende liedjes gedijden uitstekend in de AB Club. Geen set met uitschieters, maar ook geen lelijke eendjes. Constant, met andere woorden. Juryleden houden van die standvastigheid; zo geef je hen weinig om over te vitten.

Verliezer van de stijd met Whispering Sons, heel erg nipt overigens, was Reuske. Nadat hij de halve finale had moeten missen vervoegde de EWI zich terug bij de band, maar opnieuw waren ze niet compleet: ditmaal ontbrak de drummer die elders moest spelen en dus vervangen moest worden. Was toch een gemis, want de drums waren steevast een van Reuskes sterke punten.

Natuurlijk knalde ‘The Hunter’ als vanouds weer lekker door de boxen. Twee frontvrouwen die je naar de keel grijpen en niet meer lossen, blijven bijten tot je niet meer beweegt. Zoals een, nou ja, jager dus. Cold rage in de ogen.

Daarvoor nog klonk ‘A sound so pure’, een mooie evenwichtsoefening die in een nieuw kleedje gestoken was. We zien Reuske nu voor de derde keer en slagen er niet in om fundamentele kritieken op de muziek aan te dragen. Maar muziek is, naast een kwestie van verstand, ook vooral een zaak van het hart, en dat van ons heeft Reuske niet kunnen veroveren.

En zo ging Whispering Sons aan de haal met jury- én publieksprijs. Zelden was de finale van een dusdanige kwaliteit, zelden hebben details zodanig de doorslag gegeven om een winnaar aan te duiden.

En dan nu negen maanden Rockracevakantie.