Rockrace halve finales: Tussen kunst en kots
Artikel gepubliceerd op 30 maart 2015 om 15:43

© De Moeial, Emily Schennach

Wafelijzerpolitiek, zelfs de Rockrace ontkomt er niet aan. Alle voorrondes in het Ritscafé, bij afwezigheid van het KK? Blijkbaar moeten de halve finales dan maar doorgaan aan die andere twee instellingen, aan Sint-Lukas en Odisee, in twee gelegenheden zonder koffie. Willen we dat alstublieft nooit meer doen?

Halve finale I, dinsdag 24 februari, Sint-Lukas

Miezerig weer in Schaarbeek, ook boven Paleizenstraat 70. Aan de entree van de campus van Sint-Lukas – officieel LUCA, maar die naam dient enkel voor het officiële briefpapier – hangen affiches van het studentenprotest dat begin deze maand is uitgebroken tegen het vertrek van enkele docenten. Eindelijk wat ophitsing bij de kunststudenten.

Je zou voor minder opstandig worden: de halve finale ging bijvoorbeeld door in een halfopen en allesbehalve geluidsdichte ruimte tussen hoofdgang en aan de andere kant blijkbaar een refter-voor-recepties, getuige de meute geïnteresseerde koffiedrinkers (zij wel!) die zich halverwege het concert ernstig kijkend door het publiek heen bewogen.

Daar stonden wij dan, te kijken naar Whispering Sons die niet eens op een podium stonden, terwijl wij ons warm bierflesje ledigden. Een tapkast was er natuurlijk ook niet.

Maar, zoals gezegd, was Whispering Sons, genoemd naar een nummer van de Deense synthwaveband Moral uit de eerste helft van de jaren ’80 die ooit nog opende voor Nico, er wel. Whispering Sons heeft een grote troef: hun nummer ‘Midlife’, met een nerveuze en existentieel benauwde gitaar, dat ons even deed beseffen dat alle aspiraties in ons leven ijdel zijn. Tijdens de rest van de set wil Whispering Sons vooral bezweren, maar dat lukte niet meer zo goed als in het Ritscafé. Hun set was dan ook gelijkaardig; de enige wijziging was het weglaten van de cover van The Soft Moon ten voordele van het overigens niet onaardige openingsnummer.

Bij Reuske was de EWI op tournee met een andere groep. Als de wiedeweerga werd een vervangende bassist opgetrommeld die het er puik van af bracht. Een EWI minder is natuurlijk altijd goed. Ook Reuske speelde een andere opener: de stevige kickstart ‘The Hunter’, waarin de keyboards wat ver weggestoken klonken, werd bewaard tot het tweede deel van de set en in de plaats kwam het kalmere ‘He got out’, zodat het contrast met nummer twee, de yogaoefening ‘Oxygen’, minder groot was. Hun voorlaatste was nieuw, met een opbouwende doch repetitieve bas en de inventiviteit ergens in de zanglijn van het refrein verstopt. Weinig aan te merken op Reuske, zo lijkt het, al hebben ze ons nooit vast bij ons nekvel. Hoewel, heel eventjes toch, als de tweede zangeres in het laatste nummer ‘Wall of Silence’ zingt.

En dan was er Sher Khan. Na hun optreden van die avond waren we zeker: ’t is geen familie van Jengis. Als band die teert op de sound loop je weleens tegen de lamp met het devies van luid-luider-luidst. Soms leek Sher Khan wel met kettingzaag in de regen een betonnen muur te willen slopen. Hun bovendien veel te korte set voor een halve finale (nog geen vijfentwintig minuten van de toegelaten dertig) pleit ook niet in hun voordeel. En dan moet je ook nog opgewassen zijn tegen hun louter instrumentale, verdomd voorspelbare aanpak en al te postmoderne titels als ‘Tomaat’, Banaan’ en bij uitstek ‘Dondervolk’. Of zoals een vriend van ons het verwoordde: “Mja, het heeft wel wat weg van Kyuss, alleen is het niet de bedoeling dat je stonerrock speelt alsof je zo stoned bent dat je je gevoel voor ritme kwijt bent.”

Halve finale II, woensdag 25 februari, Odisee

Miezerig weer in Brussel, ook boven Stormstraat 4. Aan de entree van de campus van de HUB – officieel Odisee, maar die naam dient enkel voor het officiële briefpapier – hangen affiches van de studentenfuiven die begin volgende maand zullen uitbreken. Of al uitgebroken zijn, zo getuige het clienteel van studentenbar ’t Clubke. Er was dan ook sprake van enige segregatie: de drinkende en dronken elite aan de bar, en de brave en ingetogen Rockracevolgers in de buurt van het podium.

JFK mocht de spits afbijten. Niet meer alleen op queeste met louter zijn laptop, want die had hij thuisgelaten. In de plaats een man achter de knopjes. Met z’n tweeën kregen ze de drinkende en dronken elite niet echt mee: in die rauwe setting mocht JFK zijn wil wel wat meer opdringen aan de elite, die niet verder kwam dan de vingers in allerhande hiphopstanden plooien om vervolgens te wijzen naar elkaar.

Gelukkig was er nog de onderdrukte Rockracemassa, die zeker aanvankelijk wel geïnteresseerd was. Van alle halvefinalisten was JFK de deelnemer die zijn setlist het meest aanpaste; zeker de helft van de negen nummers was nieuw vergeleken met de voorronde. Het wakkerde wel een diffuus beeld aan: inventiviteit werd wat ingewisseld voor gemakkelijk scoren. Zo waren wij teleurgesteld door het samplen van ‘Scar Tissue’, de funkmassacre in het volgend liedje en daarvoor al, door het bijna copy-pasten van ‘Mosterd’. Maar hé, dat betekent ook dat we twee derde van de set wel konden pruimen. Je weet nooit wat je verwachten mag bij JFK, veel meer dan de andere overblijvers van de Rockrace.

Het spervuur aan nummers verslapte niet toen Milpool aan de bak moest. Zij haspelden acht nummers af, eentje minder dan JFK, maar voor een rock- (of pop-)band nog steeds een knappe prestatie. Enkel Fugitives had hen dat in de voorronde voorgedaan.

In ware Malcolm X-stijl wilde Milpool ook de aandacht van de elite aan de bar en zij beseften: het moet wat luider. Geen sinecure in dat met bier doordrenkte krocht van Odisee, maar het was de enige manier. En de schade bleef beperkt: enkel de zang bij de heerlijke roffels van het derde nummer ‘Faults’ werd erdoor ondergesneeuwd.

Milpool schudt de ene na de andere voltreffer uit de mouw, al was het nieuwe, naar extase strevende  ‘Holdin’ On’ niet helemaal aan ons besteed; iets te veel potentieel om mee geblèrd te worden door zatte voetbalfans. Gelukkig was de zatte elite in ‘t Clubke niet echt aan het opletten.

En Tangerine? Dat deelde zijn set zo goed mogelijk in. Weg met het zeemzoete ‘Love Insurance’ en het meezingerige ‘Come back’ en re-enter ‘Papillons’. ‘U’ veranderde van een meezingerige mede-afsluiter naar een meer gestroomlijnde opener zonder tierlantijntjes. ‘Just the Two of Me’ sloot alles af, eveneens een verdedigbare keuze als de muziek niet zoveel achter het basgordijn verdwenen was.

Waar wij dan mee zaten? De koebel en de mislukte uitnodiging tot handjesklappen in ‘I Am fine, Fuck me’, bijvoorbeeld, of het geforceerde en aanmodderende ‘Beer is better in a bottle’. Wij hebben Tangerine nu voor de vierde keer in een jaar tijd zien optreden, en helemaal overtuigd zijn we nog steeds niet.

Echter, voor alle zes geldt: ze zouden niet de eerste zijn die we boven zichzelf zien uitstijgen in de AB tijdens de finale op 30 april.

O ja, aan de student die in zijn porseleinen bierpul kotste: u was bijzonder charmant. Net als de dronken onverlaat die de lichten nabij de PA bijna omverliep. Je bent elite of je bent het niet.

Whispering Sons en Milpool wonnen de publieksprijs.