Wat zijn de kosten van winkelen op zondag?
Artikel gepubliceerd op 20 maart 2015 om 12:59
Is dit binnenkort het straatbeeld op zondag in de Nieuwstraat?    
© (Guido Van Nispen / Flickr)

De gemeenteraad van de Stad Brussel heeft op 9 februari ingestemd met het plan om van de Vijfhoek een toeristische zone te maken. Als de federale regering ook akkoord gaat, dan mogen de winkels in de Vijfhoek zeven dagen op zeven open zijn. Met de goedkeuring van de zondagsopening lijkt de Stad Brussel mee te gaan met een trend: het einde van de zondagsrust. Stevenen we af op een 24-uursstad?

Schepen van handel Marion Lemesre (MR) noemt de komst van de winkelcentra buiten de rand als het belangrijkste argument voor de zondagsopening. Maar delft de gemeente niet juist het graf voor de handelaars in de binnenstad met de bouw van het door de Stad gefinancierde winkelcentrum Europea op de Heizel?

De discussie over de zondagsopening is niet echt nieuw. De komst van Ikea betekende een hoogtepunt voor het debat. Er bestond op dat moment een uitzondering voor meubelzaken: zij mochten wel hun deuren open houden op zondag, maar verkopen mocht er niet. Het was dus een soort tentoonstelling van meubels. Ikea hield haar winkel ook open op zondag als meubelzaak, maar verkocht wel. Dit zorgde voor discussie en uiteindelijk moest Ikea toch weer haar deuren sluiten op zondag.

Al vanaf de jaren ’60 leven we in een consumptiemaatschappij. Zorg, onderwijs en welzijn worden steeds meer uitgedrukt in cijfers. Datzelfde zien we ook met tijd. Hoe meer wij doen met onze tijd, hoe beter dat moet zijn voor de economie. De zondagsrust lijkt hierin enkel nog maar een obstakel te zijn dat we zo snel mogelijk uit de weg moeten ruimen.

Tijd nemen voor tijd
Professor Ignace Glorieux doet met de onderzoeksgroep TOR, wat staat voor Tempus Omnia Revelat, van de VUB-vakgroep Sociologie, onderzoek naar tijdsbesteding. Hij pleit voor het behouden van de zondagsrust. “Het idee van de zondagsrust is dat we elkaar collectief een beperking opleggen. Door die beperking creëren we mogelijkheden. Op zondag mogen we het gras niet maaien, we mogen niet werken, we mogen niet winkelen. Zo krijgen we weer tijd voor dingen waar we normaal niet aan toe komen, zoals een boek lezen of familie bezoeken.”

“De collectieve rust wordt minder en daardoor hebben we ook minder individuele rust”, weet Glorieux. “Doordat we veel meer mogelijkheden hebben, raken we telkens gefrustreerd omdat we niet alles kunnen doen. Dat jaagt ons voortdurend op. Ik pleit er niet voor om terug te keren naar de goede oude tijd, maar een dag rust in de week geeft ons de mogelijkheid om die frustratie te verminderen. Ook voor de samenleving is het gewoon handig om een zondag te hebben. Als steeds meer mensen gaan werken op zondag, wanneer kunnen er dan nog evenementen georganiseerd worden? Wanneer ga je bijvoorbeeld de Twintig Kilometer van Brussel organiseren?”

Olievlek
Brussel is niet de eerste stad die een zondagsopening wil. In Antwerpen is een groot stuk van de binnenstad een toeristische zone. Door felle tegenstand van de zelfstandige ondernemers is er een tussenoplossing gevonden. Winkels mogen elke eerste zondag van de maand hun deuren open houden. De eigenlijke reden voor de zondagsopening in Antwerpen is het winkeltoerisme naar Nederland. Nederland staat al een stuk verder met de liberalisering van de zondag. In steden als Rotterdam en Breda zijn de winkels al elke zondag open. Dat zorgt voor concurrentie met Antwerpen. Antwerpen ziet zich daarom genoodzaakt om ook meer koopzondagen in te voeren.

Dat is het probleem van de zondagsopening, vindt Glorieux. “Op zich ben ik niet tegen een zondagsopening in Brussel; ik kan me wel voorstellen dat de koopzondag een aantrekkingskracht heeft. Het probleem is: wanneer Brussel haar winkels openhoudt op zondag, voelen de omliggende steden zich ook verplicht om een zondagsopening in te stellen. Zo ontstaat er één grote concurrentiestrijd.”

De zondagsrust is niet tastbaar, je merkt hem pas op als hij weg is.

Ignace Glorieux

“Vroeger waren de grote distributieketens, zoals Carrefour en Delhaize, pleitbezorgers van de zondagsopening. Totdat ze doorhadden dat mensen hun geld maar een keer kunnen uitgeven. Hun redenering is nu: als wij zeven op zeven open zijn, dan hebben we daar kosten aan en als iedereen het doet, zal onze winst niet groeien. Nu zijn zij dus eerder tegenstander. Het probleem is: als de één begint, moeten anderen ook meedoen, want anders verliezen ze inkomsten. Het is echt een olievlek: eigenlijk wil niemand het en toch verspreidt het zich.”

Eén oplossing voor Brussel?
Of de zondagsopening de oplossing is om de shopper naar Brussel te halen, is nog maar de vraag. De koopkracht zal er niet opeens door stijgen. Wat mensen zullen spenderen, zullen ze nu over zeven dagen spreiden. We moeten dus op zoek naar andere manieren om de consument naar Brussel te krijgen.

Professor Michael Ryckewaert is verbonden aan Cosmopolis, een onderzoekscentrum verbonden aan het Departement Geografie van de VUB dat zich richt op stedelijk onderzoek. Hij ziet nog andere mogelijkheden om van Brussel een aantrekkelijke winkelstad te maken. “Ik zie niets in de zondagsopening, omdat er genoeg verbeteringen zijn die ook meer publiek kunnen aantrekken, zoals het verbeteren van de openbare ruimte en de mobiliteit. Let wel: niet door meer parkeergarages te bouwen in het centrum, dat vermindert immers de kwaliteit van het centrum.”

“Meer inzetten op een hogere intensiteit van het metronetwerk zou verstandiger zijn. Een snelle verbinding van parkeergarages buiten het centrum bespaart de shopper veel tijd. Daarom is het ook raar dat de intensiteit van metro’s tijdens het weekend lager ligt. Ook door meer fietspaden kunnen mensen uit de rand makkelijker met de fiets komen voor een dagje Brussel. Brussel zou zich tegelijkertijd minder moeten focussen op de bewoners van de rand. Wil je echt meer winkelpubliek creëren, dan moet je ervoor zorgen dat er meer eigen bewoners zijn die graag komen winkelen. Nog te veel panden staan leeg in Brussel, er is een enorm potentieel aan kantoren dat tot woningen kan worden omgebouwd.”

Niet enkel Brussel-Stad ziet de winkels graag zeven op zeven open. Schaarbeek wil van de Brabantstraat een toeristische zone maken en ook Molenbeek ziet potentieel in de Gentsesteenweg. De gemeenten volgen elkaar op en elke gemeente heeft zo zijn eigen ideeën over hoe meer winkelend publiek te lokken. Daar ligt volgens professor Reyckewaert ook het probleem van Brussel. “Iedere gemeente kiest voor zichzelf wat het beste is, maar als Brussel als gewest een aantrekkelijke winkelstad wil worden, dan moeten de negentien gemeenten over hun eigen grenzen heen leren kijken.”

“Vaak houdt een winkelstraat op bij de grenzen van de gemeente. Winkelstraten als de Elsensesteenweg of de Gentsesteenweg kan je perfect doortrekken tot binnen het centrum. Zo geef je bezoekers het gevoel dat er meer keuze is, en trek je bewoners van andere gemeentes aan.”

Concurrentiestrijd tegen eigen winkelcentrum
Of we van de gewestelijke regering veel mogen verwachten, is nog maar de vraag. Zo staat de regering nog steeds achter het plan voor de bouw van het nieuwe winkelcentrum Docks buiten het centrum. Dit shoppingcentrum ziet de Stad Brussel samen met Uplace als grootste concurrentie voor de handelaars in het stadscentrum. Zeker geen slecht argument voor de zondagsopening, ware het niet dat de Stad Brussel ook zelf met zo’n megalomaan winkelcentrum bezig is.

Dat shoppingcentrum heet Europea (vroeger Neo) en is het paradepaardje van voormalig burgemeester Freddy Thielemans (PS). Het zal gebouwd worden op de Heizel, grondgebied van de Stad Brussel. Samen met het Gewest wil de Stad zo een winkelcentrum bouwen van 81.000 vierkante meter, groter dan Docks en Uplace. Dit project zal dan ook zeker een grote concurrentie vormen voor haar eigen stadscentrum.

Geen weg terug
Nu het nog enkel wachten is op de goedkeuring van de toeristische zone door de federale regering, lijkt de kans groot dat we ook werkelijk elke zondag kunnen gaan winkelen in de Vijfhoek. Een trend waar we mogelijk nog spijt van zullen krijgen, zo denkt Glorieux. “We zullen met weemoed terugdenken aan het kalme Brussel op zondag, zoals we nu met weemoed terugdenken aan de autoloze zondag tijdens de oliecrisis in de jaren tachtig. De zondagsrust is niet tastbaar, je merkt hem pas op als hij weg is. Maar de kans is klein dat we het zullen terugdraaien. Wanneer mensen het gewend zijn, zullen ze kwaad worden als de zondagsopening afgepakt wordt.”

Of de zondag helemaal zal verdwijnen als rustdag zoals we die nu kennen, is nog niet zeker. Glorieux: “We zien in Nederland dat studenten het werk doen tijdens de atypische uren. Dat is een tussenoplossing; zo kunnen de studenten wat bijverdienen en zal het minder gevolgen hebben voor de grote lagen van de beroepsbevolking. Zo blijft de zondag mogelijk toch nog een dag van onthaasting.”