De demarches van het rectoraat tijdens Israeli Apartheid Week
Artikel gepubliceerd op 20 maart 2015 om 13:02
Steunbetoging voor Palestijnen in Brussel, 2009.    
© (Heymana / Flickr)

Het verschil kan niet groter zijn. Aan de ene kant van de Generaal Jacqueslaan, tegenover Campus Etterbeek, de statige en gesloten kazerne, ooit een baken van discipline, hiërarchie en tucht. Hoe anders is de campus van een universiteit, gekenmerkt door rede, onderzoek, vrijheid van meningsuiting en, in dit specifieke geval, vrijzinnigheid naar Poincaré's beroemd geworden woorden.

Die openheid van geest heeft ook een keerzijde: een inperking doet stof opwaaien. Altijd.

In de avond van vrijdag 27 februari, enkele dagen voor de start van de Israeli Apartheid Week aan de VUB (2 tot 5 maart), titelt La Libre Belgique op haar website: Belgische Liga tegen Antisemitisme eist afgelasting conferentie aan VUB. Uit het artikel blijkt dat voorzitter Joël Rubinfeld de redactie van La Libre gecontacteerd heeft om zijn onvrede te uiten.

Joodse onvrede
Rubinfeld reageert kritisch over de geplande getuigenis van Khalida Jarrar via Skype, op woensdag 4 maart. Jarrar is lid van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), een links-revolutionaire organisatie die op de lijst staat van terroristische organisaties in de EU en Verenigde Staten. Ze is lid van het politiek bureau van de PFLP en is tevens Palestijns volksvertegenwoordiger en lid van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa.

“Bezorgde mensen contacteerden ons via e-mail en sociale media”, zegt Rubinfeld aan onze redactie. “Zo kregen we lucht van de Israeli Apartheid Week aan de VUB en de deelname van Jarrar.”

Rubinfeld nam contact op met de VUB om zijn beklag te doen over de lezing van Jarrar. Hij was echter niet de enige. Ook de ambassadeur van Israël, Jacques Révah, contacteerde het rectoraat. Op zaterdag 28 februari laat VUB-rector Paul De Knop aan onze redactie weten dat de ambassadeur de annulering heeft geëist van minstens de getuigenis van Khalida Jarrar. Zondag stelt de rector aan de redactie hierover: “Hij (de ambassadeur, nvdr) vraagt en krijgt een open debat voor de hele week.”

Ambassadeur Révah bevestigt aan de redactie vooral verontrust te zijn door het Skype-interview met Jarrar. “Het was mijn taak om de aandacht van de rector te doen vestigen op de problematische en gevoelige aspecten van de Apartheid Week, en meer bepaald de deelname van een lid van het PFLP, dat op de lijst van terroristische organisaties van de EU staat. Daarbij was de IAW georganiseerd in het kader van de wereldwijde BDS-campagne (Boycott, Divestment and Sanctions, campagne om Israël onder druk te zetten, nvdr).” Volgens de ambassadeur doet BDS meer dan oproepen tot boycot: “De beweging roept ook op tot discriminatie van Israëlische staatsburgers die mogelijk onder de Antiracismewet konden vallen.”

Maatregelen
Na deze interventie van de ambassade mengt het rectoraat zich in de programmatie. Eerst had rector Paul De Knop op vrijdag wel afgetoetst bij Facility Management wie de organisatoren en lokaalaanvragers waren. Wat bleek: een ander evenement van de Apartheid Week, namelijk de lezing van Lucas Catherine van maandag 2 maart, was door UCOS aangevraagd als Infoavond over de petroleumvervuiling in Peru. Serge Gilen, directeur van Facility Management, liet daarop aan De Knop weten: “Hier is toch wel sprake van een zekere misleiding/misbruik.”

Op zondag spreekt rector zich dan uit over het lot van de lezing van Catherine: “2/3 (datum van de lezing van Catherine, nvdr) mag inderdaad tot nader order niet doorgaan om de u reeds gekende reden”, zo bevestigt hij aan onze redactie, refererend naar de foutieve lokaalaanvraag.

De lezing van Catherine was niet het enige struikelblok. Ook aan de programmatie van de andere evenementen moest een mouw worden gepast: “Er dient dezelfde lijn te worden gevolgd als in 2011 (toen Hans Knoop aan een evenement van de Israeli Apartheid Week werd toegevoegd, nvdr), met name een spreker toevoegen zodat beide visies aan bod komen!”, zo stelt De Knop in een e-mail geadresseerd aan onder andere onze redactie.

Het gaat om de getuigenis van Jarrar en van Yonatan Shapira, bevestigt De Knop ons zondag. Shapira was elf jaar gevechtspiloot bij de Israëlische luchtmacht. In 2003 verklaarde hij, samen met 26 andere piloten, niet meer over de door Israël bezet gebied te willen vliegen. Shapira was initiatiefnemer van die brief. Alle 27 ondertekenaars werden ontslagen uit het Israëlisch leger. Shapira steunt de BDS-beweging openlijk. Tevens vraagt de rector aan Facility Management om de nodige veiligheidsmaatregelen te nemen en de organisatie op de hoogte te brengen.

De ambassadeur vraagt en krijgt een open debat voor de hele week.

Paul De Knop

Complottheorieën
In de voormiddag van maandag 2 maart, de dag van de lezing van Catherine, nam de VUB contact op met medeorganisator UCOS – drie dagen nadat Gilen aan De Knop liet weten dat er volgens hem sprake was van misleiding/misbruik bij de lokaalaanvaag voor de lezing van Catherine. Frank Verstraeten, coördinator van UCOS: “Wij hebben toen meteen een e-mail gestuurd naar de rector waarin wij ons excuseerden. Hij heeft die excuses ook meteen aanvaard.”

Verstraeten ontkent dat UCOS de bedoeling had om misbruik of misleiding te plegen: “Natuurlijk was er geen kwade zin in het spel, dat is echt onzin. Men heeft iets te veel complottheorieën gelezen, denk ik.”

Volgens Verstraeten ging het om pure verstrooidheid. “De Peruviaan die de lezing zou komen houden over petroleumvervuiling, mocht Peru niet verlaten. Die activiteit kon dus niet doorgaan. Een beetje later vroeg de organisatie van de Israeli Apartheid Week om samen te werken. Daar waren wij zeer geïnteresseerd in. En aangezien wij toch al een lokaal gereserveerd hadden, konden wij hen daarmee helpen. Alleen heeft een UCOS-collega de fout gemaakt om het onderwerp van de reservatie niet te veranderen. Maar nogmaals: dat was een pure verstrooidheid.”

Serge Gilen blijft echter bij zijn stelling: “Als er uiteindelijk een totaal andere activiteit plaatsvindt dan oorspronkelijk was aangevraagd, dan noem ik dat wel misleiding. Je kan namelijk niet ontkennen dat ik misleid ben. Of dat intentioneel gebeurd is of door een administratieve fout van UCOS, dat laat ik in het midden. Maar als beheerder van de lokalen ben ik wel degelijk misleid.”

Volgens Verstraeten was UCOS vanaf het begin verantwoordelijk voor de reservatie van de lokalen voor Catherine en Jarrar, en niet de organisatie van de Apartheid Week. “Ze hebben ons bijvoorbeeld niet gezegd dat wij het onderwerp niet hoeven te veranderen. Het was gewoon een fout van ons.”

Objectiviteit
Maandagnamiddag laat het secretariaat van de rector aan de redactie weten dat de lezing van Catherine alsnog mag doorgaan. De voorwaarde hiervoor is niet meer expliciet het toevoegen van extra sprekers, maar is genuanceerder geworden, namelijk “... dat er gelegenheid tot een wederwoord komt om een uitgebalanceerde discussie te krijgen. Daarom is de Ambassade van Israël uitgenodigd op de lezing van deze avond om vragen te stellen of een persoonlijke mededeling te doen. Op vier (getuigenis van Jarrar, nvdr) en vijf maart (lezing van Shapira, nvdr) is dezelfde voorwaarde gesteld; de concrete invulling daarvan is nog niet gekend.”

Lucas Catherine krijgt een iets andere boodschap. Zijn lezing mag doorgaan “op voorwaarde dat er een observator vanuit de Ambassade van Israël wordt uitgenodigd die zal kunnen vaststellen dat Lucas Catherine een objectief verhaal te vertellen heeft … of een korte persoonlijke mededeling kan doen …”, zo citeert hij in een opiniestuk op De Wereld Morgen uit de e-mail van de rector. Catherine geeft er vervolgens zelf de brui aan en annuleert zijn eigen lezing.

“Het zijn de organisatoren die beslissen of ze een lezing of een debat willen, en als ze een debat willen dan kiezen zij de sprekers, niet een of andere ambassade”, motiveert Catherine zijn beslissing in het opiniestuk. Hij voegt er fijntjes aan toe: “Dezelfde lezing had ik op aanvraag van de UPV (Uitstraling Permanente Vorming, organisator van lezingen en debatten en opgericht in de schoot van de VUB, nvdr) … nog geen maand geleden gehouden in de gebouwen van de VUB.”

Verzoek
Uiteindelijk zou er van die voorwaarden voor het vervolg van de Israeli Apartheid Week niets in huis komen. Op de vergadering van de Raad van Bestuur van dinsdag 3 maart wordt de discussie aangesneden op initiatief van het rectoraat, maar de voorwaarde om extra sprekers toe te voegen, wordt afgezwakt. De voorwaarde is een verzoek geworden; zo staat het althans in het begeleidend document en dat is de uitgestippelde koers voor de verdere externe communicatie. Olivier Goessens, medeorganisator, student-lid van de Raad van Bestuur en voorzitter van Comac-VUB, is aanwezig op die vergadering en verdedigt de keuze van de organisatie om de ambassadeur niet expliciet uit te nodigen en zo het verzoek naast zich neer te leggen.

Het verdere verloop van de Israeli Apartheid Week ging door zoals oorspronkelijk aangekondigd was. Zonder extra sprekers, zonder annuleringen, zonder uitnodigingen aan ambassadeurs. Was de Israëlische ambassade uiteindelijk aanwezig op één van de evenementen? Ambassadeur Révah: “Hoe is die vraag relevant?” Retorisch voegt hij eraan toe: “Was het een evenement achter gesloten deuren?”