De stem van een illegaal
Artikel gepubliceerd op 16 december 2014 om 17:06

© De Moeial, Margot Quix

Leven zonder papieren is geen lachertje. Dat vinden de mensen van La voix des sans-papiers evenmin. Zonder wettig verblijf bezetten zij een kraakpand in Brussel. Hun doel: de politiek in beweging krijgen.

Naar schatting 120.000 mensen beschikken niet over een geldig verblijf in België. Ze leven in zorgwekkende omstandigheden. Sommigen vinden onderdak bij vrienden of in een opvangcentrum, anderen leven op straat. 

Mensen zonder papieren zouden niets liever willen dan uit werken gaan en deelnemen aan de dagelijkse gang van zaken. In de realiteit kan of mag dat niet. Als ze gaan werken, is dat in de illegaliteit. Meestal gevaarlijk werk voor een hongerloon. Voor werkongevallen zijn ze niet verzekerd; in het beste geval dumpt de werkgever hen bij het ziekenhuis. In het slechtste geval ergens anders.

Ardooie, West-Vlaanderen

Met zo'n tweehondervijftig mensen wonen ze in een leegstaand rusthuis met een dertigtal kamers, vlakbij metrohalte Ribeaucourt. Vijftig van hen zijn in hongerstaking. Allemaal zijn ze het beu om in de illegaliteit te vertoeven. Ze eisen papieren. Sommige onder hen leven al meer dan tien jaar in België en hebben ondertussen een leven opgebouwd, gewerkt of opleidingen gedaan. De meesten spreken vloeiend Nederlands of Frans, maar worden uiteindelijk toch verzocht om het land te verlaten. Ze zijn de wanhoop nabij.

Een van de bewoners is Sara, zeventien jaar. Ze is afkomstig uit Malta en woont al vijf jaar in België. Sara is perfect geïntegreerd, spreekt vloeiend Nederlands en Frans en heeft bitter weinig herinneringen aan haar land van herkomst. Toch heeft ze in België bijna nergens recht op. Sara woont er samen met haar ouders en twee broers. Haar oudste broer is na zijn studies uit België vertrokken omdat hij hier geen werk vond. De levensomstandigheden werden hem te veel.

Ik zou zelfs zaterdag en zondag naar school willen gaan.

De bewoners hebben de kamers volgestouwd met matrassen, zodat er zo veel mogelijk mensen kunnen slapen. Elke kamer heeft een keukentje, meestal met een gasvuur. Er is geen stromend water. Ze vullen emmers aan de brandslang: water om te koken en zich te wassen. 

Sara en haar familie hebben een kamer op de bovenste verdieping, die ze gezellig hebben aangekleed met een tafel, stoelen en matrassen. Aangezien de ouders van Sara deelnemen aan de hongerstaking, moeten Sara's vader en moeder beneden slapen, bij de andere hongerstakers. Sara zorgt voor haar eigen maaltijd en die van haar broers. Soms eten ze mee met andere bewoners.

De sfeer is solidair. Voedsel, kleren, matrassen en dekens krijgen de bewoners van buren, winkeltjes uit de buurt en vrijwilligers. Er zijn huisregels in voege en aan de voordeur staat security. Amok willen ze niet maken, de buren willen ze respecteren.

Voorheen woonde Sara in een sociale woning in Ardooie, West-Vlaanderen. Toen hun aanvraag voor een verblijfsvergunning een negatieve stempel ontving, kregen ze twee maanden om het huis te verlaten. 

Grootkeuken

Kinderen zonder papieren mogen in België tot hun achttiende naar school gaan, omdat ook zij schoolplichtig zijn. Sara kan echter worden teruggestuurd voordat ze de kans krijgt om haar studies af te maken. 

Voor school werken ligt hier niet voor de hand. Sara beschikt niet over internet. In de bibliotheek kan ze evenmin terecht; de bib geeft geen lidkaart aan mensen zonder wettig verblijf. Ook stage lopen zit er niet in. Haar gezin moet dikwijls verhuizen en staat constant onder hoogspanning. Haar studies lijden eronder, en haar klas kon ze niet vergezellen op schoolreis naar Spanje. Opnieuw dezelfde reden: geen paspoort.


© De Moeial, Margot Quix

Door al dat verhuizen moest Sara geregeld van school veranderen. Nu woont ze hier vijf maanden. Ze gaat naar school in Molenbeek, volgt het vijfde jaar Grootkeuken en hoopt haar zesde en zevende jaar af te mogen maken. Grootkeuken was niet haar droom: ze wilde graag verpleegster worden, maar omdat ze nogmaals verhuisd is en van school veranderd, was er in andere klassen geen plaats.

In haar vrije tijd blijft Sara thuis. Ze kent niet veel mensen in Brussel en op straat vindt ze het gevaarlijk. Eén keer herkende de security haar niet aan de ingang van het gebouw. Ze lieten haar niet binnen. Nu werken ze met namenlijsten, dat is heel wat handiger.

“Ik zou zelfs zaterdag en zondag naar school willen gaan”, zegt Sara. Het is voor haar de enige manier om haar situatie achter zich te laten. Het liefst wil ze haar studies afmaken en naar Malta terugkeren. Ze heeft daar nog familie en zou graag haar nichtjes terug opzoeken. Die heeft ze al elf jaar niet meer gezien. 

De klasgenootjes van Sara zijn niet op de hoogte van dit leven. Door het vele verhuizen is het immers moeilijk om echte vrienden te maken. Daarbij is het vermoeiend om telkens opnieuw uit te leggen waarom je geen papieren hebt. 

Komedie 

In de zone van de hongerstakers, in de kelder van het gebouw, liggen mannen en vrouwen in aparte kamers. Tientallen mannen liggen op matrassen naast elkaar, uitgemergeld en bleek. Sommigen zijn nog fit en kunnen rondwandelen, anderen blijven beweegloos liggen. Vrouwen zijn er minder, maar de situatie is gelijkaardig.


© De Moeial, Margot Quix

“Ik ga niet akkoord met de hongerstaking, maar ik respecteer hun keuze”, zegt Sara. “Het is gevaarlijk voor de gezondheid. Sommige mensen hebben hartkwalen of diabetes, zoals mijn moeder.” Haar moeder heeft een nier verloren door een eerdere hongerstaking en is nu koste wat kost gedreven om voor verandering te zorgen.

“Hongerstakers mogen het gebouw niet uit om te voorkomen dat ze gaan eten, tenzij ze kleine kinderen hebben die moeten eten of naar school gebracht moeten worden. Ze moeten ook geregeld op de weegschaal staan om te controleren hoeveel ze afgevallen zijn. Maar die methode blijkt niet altijd betrouwbaar. Zo was er even discussie omdat een vrouw meer bleek te wegen dan voordien. Volgens mij had ze gewoon zwaardere kleren aan.”

Dagelijks worden zes à zeven mensen naar het ziekenhuis afgevoerd. De moeder van Sara is ook al naar het ziekenhuis moeten gaan. Toch gaat ze ermee door. 

Plots windt een man zich te veel op en valt flauw. Hij geeft geen teken van leven. Ambulance en politie zijn snel ter plaatse. Zegt de ambulancier: “Stop met komedie spelen.” Deining en kleine oproer volgen.

Inmiddels is La voix des sans-papiers in een rechtszaak verwikkeld. Ze hopen het rusthuis nog tot het einde van de winter te mogen bezetten.