Jonathan Hooft, voorzitter van de VUB-Studentenraad, beschouwt de eigen werking
Artikel gepubliceerd op 16 december 2014 om 17:09

© De Moeial, Manly Callewaert

Het zijn turbulente tijden voor de studentenraden. In het debat over de besparingen in het hoger onderwijs vormen zij de schakel tussen bestuur, overheid en de student. Jonathan Hooft, voorzitter van de VUB-Studenten- en Stuvoraad, vertelt over de gang van zaken.

Om met de actualiteit te beginnen: het rommelt bij de studentenkoepel Vlaamse Verenging van Studenten (VVS). Op de plenaire vergadering van 4 december lag een Leuvense motie van wantrouwen tegen een van de bestuursleden op tafel. Uiteindelijk werd er niet over gestemd omdat de motie niet conform de statuten was. Aanleiding van de commotie: het bestuur van VVS zou standpunten innemen zonder de algemene vergadering te raadplegen. Ook de interne en externe communicatie kreeg kritiek. De vrijdag ervoor was VVS al op het matje geroepen door de Leuvense studentenvertegenwoordigers, zo meldde Veto.

Hooft, zelf vaak aanwezig op VVS-vergaderingen, snapt waar de kritiek van zijn Leuvense collega’s vandaan komt: “Leuven heeft een heel andere traditie, in die zin dat zij alles terugkoppelen naar hun achterban. Wij en de andere studentenraden werken daarentegen veel meer met mandaten. Wij bezitten de stem van onze studentenraad en spreken ook altijd met die hoedanigheid, zonder dat we steeds weer moeten terugkoppelen.” 

De VUB heeft daarom minder problemen met de standpuntinname van het VVS-bestuur: “Het is inderdaad zo dat VVS nu autonoom een aantal standpunten inneemt, maar ik kan hen begrijpen door al de recente onderwijsactualiteit. Dan moet je vaak kort op de bal spelen. Dat is niet altijd makkelijk”, geeft Hooft aan. Dat VVS-voorzitter Bram Roelant geregeld in de media verschijnt met zaken waarover de studentenraden nog niet geïnformeerd zijn, stoort hem wel. Hij vindt het goed dat de Leuvense vertegenwoordigers nu een signaal hebben gestuurd. “We hopen dat VVS het signaal ontvangt. Het bestuur heeft zich ook al openlijk geëxcuseerd en meermaals verbetering beloofd.”

Een aangehaalde maatregel om de problemen aan te pakken, is het VVS-bestuur op mediatraining sturen. Hooft ziet dat wel zitten: “Eigenlijk vind ik dat ze ons allemaal op mediatraining moeten sturen. We staan nu eenmaal in de spotlights door de onderwijsbesparingen en de discussie over de flexibilisering. We moeten daar optimaal gebruik van maken.”

Studentenbetogingen

Door de besparingen is het hoger onderwijs inderdaad onderdeel van het nationale debat. Studentenprotest zorgt ervoor dat er een belangrijke rol is weggelegd voor de vertegenwoordigers. Hooft beoordeelt de samenwerking met actiegroep Studenten Troef als positief, maar geeft wel aan dat de rol van de Studentenraad gaat veranderen. “Met de nationale studentenbetoging (2 oktober, nvdr) was ik erg blij. Ook de opkomst was goed. Maar daarna is het voor ons ook duidelijk geworden dat protesteren eigenlijk niet meer aan de orde is.”

Sommige studenten zeggen dat ze geen problemen hebben met een verhoging van het inschrijvingsgeld. Hooft vindt dit zorgelijk: “Ik denk dat heel veel studenten geen idee hebben waar het over gaat. De besparingen kunnen ervoor zorgen dat mandaten van proffen en assistenten niet verlengd worden. Het gaat ook om de kwaliteit van het onderwijs. Wij beseffen dat, maar zij niet. Dat er dan uiteindelijk maar twintig studenten op een betoging afkomen, betekent dat studenten niet genoeg geïnformeerd zijn.”

Wij beseffen dat het ook over de kwaliteit van het onderwijs gaat, maar zij niet.

Hooft ziet een nieuwe rol voor de Studentenraad. Sensibiliseren en informeren wordt de nieuwe prioriteit: “We zijn ervan overtuigd dat, van zodra ze voldoende geïnformeerd zijn, studenten wel zullen beseffen dat het problematisch is en op straat zullen komen.” Over hoe dat precies zal gebeuren, wordt nog nagedacht. “We bespreken nog of we ons eerder richten op kleinschalige acties met focusgroepen waar studenten laagdrempelig vragen kunnen stellen, of veeleer op lezingen.”

Benoeming opleidingsraden

Interne zaken dan. Sinds dit jaar is de Studentenraad verantwoordelijk voor de benoeming van de studentenvertegenwoordigers in de verschillende opleidingsraden. Zo wil de Studentenraad proberen om hen meer te betrekken bij de centrale besluitvorming, en kan de raad op zijn beurt makkelijker de vertegenwoordigers in de opleiding consulteren. De benoemingen verliepen echter niet vlekkeloos. Zo zouden zitjes haast willekeurig aan studenten zijn toegewezen, enkel en alleen op basis van het advies van de voorzitter van de opleidingsraad. De kandidaten kregen ook geen kans om gehoord te worden.

Hooft erkent de problemen, maar benadrukt dat het om een testcase gaat: “We wilden de faculteiten ontlasten en de verkiezingen centraal organiseren, maar veel opleidingsraden hebben hun eigen traditie om zelf studenten te gaan zoeken. We wilden de faculteiten ook niet tegenwerken, en daarom hebben we op een gegeven moment besloten om ook de voorzitters van de opleidingsraden de kans te geven om hun kandidaten voor te dragen. Op basis van de motivering van de studenten die centraal opkwamen en de motivering van die voorzitters zouden we dan studenten aanduiden.”

Toen kwam er een kink in de kabel. “Soms schreven studenten geen motivatie, dan weer de voorzitters niet. Na enkele zittingen beseften we dat we studenten willekeurig aan het benoemen waren. Dat was niet de bedoeling. Daarom hebben we een aantal van die studenten ook niet aangeduid en hebben we de voorzitters een duidelijke motivatie gevraagd. Inderdaad, de procedure op zich is volledig fout gelopen, ook omdat er zoveel dingen waren die we niet wisten. Er komt echter een evaluatie en volgend jaar zal het beter gaan.”

Prioriteitenbeleid koten

Eind november paste de Stuvoraad het kotenbeleid opnieuw aan. Het lijkt een stap terug naar het oude beleid, dat nog maar sinds dit academiejaar is vervangen en meer prioriteit gaf aan nieuwe studenten en zij-instromers. De belangrijkste reden om het beleid opnieuw aan te passen, is het wegnemen van de onzekerheid bij studenten, geeft Hooft aan.

De Studentenraad had eind vorig academiejaar al besloten om in oktober, na de grote instroom, het nieuwe beleid te analyseren. “De reactie van de studenten was duidelijk. Als studentenraadlid – of van de Stuvoraad in dit geval – vertegenwoordig je de studenten. Als het beleid voor hen een fundamenteel probleem is, dan moet het herbekeken worden. Studenten zijn het er eigenlijk allemaal over eens dat generatiestudenten voorrang moeten krijgen. Door die groep studenten echter zo hoog te plaatsen, ontstaat er veel onzekerheid bij de andere categorieën.” 

Als zevenhonderd nieuwe studenten volgend jaar hierheen komen omdat ze zich niet meer mogen inschrijven aan de KU Leuven, kunnen we uiteraard geen garanties geven.

De Studentenraad vindt stabiliteit geven aan de studenten het belangrijkst, maar garanties kunnen ze niet geven, legt Hooft uit: “Als volgend jaar ineens zevenhonderd nieuwe studenten hierheen komen omdat ze zich niet meer mogen inschrijven aan de KU Leuven, dan kunnen we uiteraard geen garanties geven. Het is niet meer te verantwoorden dat nieuwe studenten zeven jaar in een VUB-kot zouden kunnen wonen. Nu weten de studenten het: meer dan drie jaar zit er niet in.” 

Hooft denkt niet dat de Studentenraad te veel heeft geluisterd naar de studenten met de grootste mond en dat internationale studenten noch zij-instromers te veel worden benadeeld: “We hebben met iedereen rekening gehouden, maar we moesten ook onze prioriteiten stellen. Internationale studenten en zij-instromers hebben echt wel een kans. Daarom zijn we net afgestapt van het idee dat studenten hun hele VUB-carrière in een VUB-kot kunnen wonen. We hebben de berekeningen gemaakt: er is ruimte voor zij-instromers en internationale studenten.”

Internationale studentenvertegenwoordiging

Via het nieuwe prioriteitenbeleid komt de vraag weer naar voren of de belangen van de internationale studenten wel voldoende worden behartigd aan de VUB. Hooft is het ermee eens dat het moeilijk is om hen te betrekken bij de besluitvorming, maar vindt het wel nodig. Volgens Hooft schuilt het grootste probleem in het organiseren van internationale studenten: “Zij zijn hier vaak voor een kortere tijd. Wij komen hier vaak als eerstejaars en zijn aan de VUB bij wijze van spreken volwassen geworden. Internationale studenten komen uit een heel andere cultuur en zijn niet aan de VUB grootgebracht zoals wij.”

Omdat Nederlands de voertaal is in de Studentenraad, is het uiteraard ook veel moeilijker om tot lid te worden verkozen. Verplicht stellen dat een bepaald aantal in de raad moeten zetelen, zoals het vrouwenquotum, ziet Hooft niet zitten: “Ikzelf, en naar mijn gevoel de raad ook, ben niet erg tevreden met quota. Dat vrouwenquotum is decretaal verplicht. We weten dat we meer ons best moeten doen om vrouwen te betrekken en dat dit waarschijnlijk een andere aanpak vergt. Hetzelfde geldt voor internationale studenten: we moeten gewoon ons best doen om hen meer te betrekken. Misschien moeten we terug naar een soort overlegplatform waarin zij zichzelf kunnen organiseren en met ons kunnen samenwerken.”

Stuvoraad begroot in het rood

In lijn met de algemene VUB-begroting dient ook de dienst Studentenbeleid zijn begroting voor 2015 niet sluitend in. Door de overheidsbesparingen op studentenvoorzieningen ontstaat er een exploitatietekort van zo'n 250.000 euro. Eerder gaf de Stuvoraad aan dat de rekeningen snel weer in evenwicht zullen komen, omdat er mogelijk op bepaalde posten overbegroot is.

Op de vraag of de besparingen wel zo erg zijn vermits er toch overschotten worden begroot, antwoordt Hooft ontkennend: “We hebben de jaarrekeningen nog niet gezien, maar er was de vorige jaren inderdaad elke keer een overschot. We moeten nagaan of er posten zijn die ook consequent overbegroot worden. Er zijn ook zaken die eigenlijk meer middelen nodig hebben. De Studentenadministratie (SAC) moet zich heel hard inspannen om er te geraken. Zeker in het begin van het jaar: het SAC heeft dan enorm veel werk en te weinig mankracht.” Daarnaast maakt Hooft zich zorgen over de impact van de gestegen inschrijvingsgelden. “Een prijsverhoging van studentenvoorzieningen is echt onze ultieme, allerlaatste optie. De ingrepen die we moeten doorvoeren, zijn echter sowieso slecht nieuws voor de studenten.”

Tot slot pleit Hooft ervoor om een snellere bekendmaking van de examenroosters in het Onderwijs- en Examenreglement op te nemen, zodat de roosters aan het begin van het academiejaar bekend zijn. In Gent en Leuven is dit al het geval, geeft Hooft aan: “Studenten moeten dan op z’n minst hun voorlopige rooster kennen. Zo kunnen ze rekening houden met eventuele keuzevakken. Aan de faculteit Lichamelijke Opvoeding en Kinesitherapie loopt op dit moment een pilot.”