Zangfeest: Tussen klak en kitsch
Artikel gepubliceerd op 8 december 2014 om 14:13

© De Moeial, Emily Schennach

Het jaarlijkse Vrijzinnig Zangfeest van de studentenkringen op 4 december verhief zich tot een heus Songfestival. Onze muziekrecensent deelt schouderklopjes, vingerwijzingen en hier en daar een trap tegen de schenen uit.

Thema van dit jaar was Land van Maas en Waal naar het gelijknamige lied van Boudewijn de Groot uit 1967. Het lied beschrijft een vrolijke menigte en tal van surrealistische voorstellingen. Dit zat treffend verwerkt in het sprookjesachtige decor waarvoor energie noch moeite gespaard was.

De surrealistische lijn trok zich helaas door in de 'speech' van vicerector Viviane Jonckers waarin zij letterlijk zei dat zij in plaats van de rector kwam omdat “hij wel wat beters te doen had”. Terecht werd zij getrakteerd op luid boegeroep. Haastig trachtte zij de situatie te kantelen door ongemakkelijk lachend haar eigen aanwezigheid als pure winst voor te stellen. Beter was de daaropvolgende belofte dat de rector volgend jaar absoluut aanwezig zal zijn. Het staat nu zwart op wit.


© De Moeial, Emily Schennach

Prijs voor beste zelfverzonnen categorie

Twee als ridder verklede presentatoren voerden een aandoenlijke Monty Pythonimitatie op terwijl zij de eerste kring aankondigden. (Zorg dan gewoon dat je snor vast zit.) PK trapte af met muziek van Simon en Garfunkel. Hun eigen tekst verdronk in de anonimiteit en de piepende microfoon maakte het er weinig beter op. Dit was een hoopvol begin, het kon immers alleen maar beter worden.

KBS kwam op met een hoop rook, drums en mysterie waardoor de verwachtingen hooggespannen waren. De zangpartij was voor deze meisjes eigenlijk te laag gegrepen. Helaas wil dat zeggen: de laagste noten konden zij überhaupt amper voortbrengen, laat staan dat het in de buurt van zuiver was. De tekst bevatte een hoop “oh-oh-oh” en een er met de haren bijgesleepte moraal. Positieve noot kwam van de drummer die de zelfbedachte prijs voor coolste drummer van de avond krijgt.

Solvay herbergt een hoop muzikaal talent. Wat de zanger en zangeres lieten horen was toch zeker niet slecht. Helaas waren ze slecht op elkaar afgestemd. Hij was vele malen luider dan zij. Toen zij dat zelf merkte zette ze daarna luider aan waardoor het helaas erg vals werd. Hadden ze beide een andere melodielijn gezongen, dan was dit probleem waarschijnlijk niet aan de orde geweest. Solvay was de enige kring die van een spetterend speciaal effect gebruikmaakte: oranje papiersnippers werden met grote kracht de zaal in geknald met echt wel een subliem effect.

Hallelujah van Leonard Cohen uit 1984 is misschien wel het meest gecoverde nummer uit de popmuziek en in de versie van Kinneke Baba bleek het andermaal te werken. De begeleiding was sober maar precies goed. De saxofoon speelde heel beheerst. Überhaupt was het muzikaal zeer verzorgd wat Kinneke Baba bracht. Met een opera-achtig vibrato kreeg het lied een geweldige bravoure. De tekst over onder andere de stijgende kosten in het onderwijs was kritisch en scherp. Toch was de toon eerder teleurgesteld dan boos en eindigde zelfs met een optimistische oproep: “Als broeders en als zusters, reikt de handen.” Terecht kregen zij een staande ovatie en werd er luidkeels “Bis! Bis!” gescandeerd door vrijwel het gehele publiek.


© De Moeial, Emily Schennach

Zwarte paarden

Pers bracht een geestige clip met geknipte beelden uit de film Der Untergang waarin Hitler zogenaamd opriep tot folklore en meer gezonde rivaliteit tussen de kringen. Wat zij daarna muzikaal brachten was echter beroerd. Een anoniem liedje en een stoer bedoelde gitaarsolo die eigenlijk een karikatuur van zichzelf was bleek de schrale oogst. Aansluitend ontstond een schandalig gegil dat het verenigingslied van Pers diende voor te stellen. Hier zat echt niemand op te wachten.

BSK kon zich ook nauwelijks ontworstelen aan de vloek van Kinneke Baba. De viool was jammer genoeg totaal niet te horen in de zaal, de tekst was onverstaanbaar (maar goed ook) en bovendien mat gezongen. Toch creëerden zij een uiterst gezellige sfeer door de zaal op te zwepen en op de maat te laten klappen.

LWK zong een aangenaam kabbelend nummer. De stemmen waren goed in balans en de dwarsfluit was een fijne nieuwe kleur op de avond. Zij brachten zelfs het door Pers gevraagde folkloretintje: “Vive la Belgique et vive le Folklore!” Helaas ging het lied ietsje heel erg te lang door waardoor het aan kracht inboette. Toch zeker een dark horse voor de prijzen.

De pauze was een onaangenaam intermezzo met a capella geblèr van een stel ongedefinieerde heren. Dat is jammer, want daarmee keldert de avond plotsklaps van Songfestivalgevoel naar campinggehos.


© De Moeial, Emily Schennach

Puntjes zuigen

Alles was vergeten na een uitstekende show van GK. Met een rock-’n’-roll-randje brachten zij broodnodige frisse inbreng. Helaas was de zang niet altijd goed te verstaan. Zij zongen met velen dezelfde melodie waardoor het soms verwaterde tot een lelijk gebrom. Maar laten we ook niet te kritisch zijn. Wij hebben dit jaar genoten van de Geneeskundige Kring.

Swamp was het dieptepunt van de avond. De ellende begon al met een filmpje waarin expliciet het beeld werd geschetst van een 'stripspelletjesavond'. Leuk. Het lied was schel en vals. De tekst had geen inhoud of de moraal moet geweest zijn dat Maesbier “pure zeik” is. Zelfs hun verenigingslied was nog irritanter dan dat van Pers. Bravo.

Hesbania was muzikaal misschien niet al te sterk, maar de sfeer brachten zij zeker terug. Hier is bovendien de runner-up te vinden in de zelfbedachte prijs voor coolste drummer. Ook hier een politieke boodschap in de vorm van een kartonnen bord met de tekst “Bespaar nooit op de onderwijs!”

Westland, de winnaars van 2013, sloten de studentenoptredens af. Hoewel zij een hilarische videoclip hadden met de beroemde melodie uit The Godfather was uiteindelijk toch echt niet (meer) te merken waarom zij vorig jaar gewonnen hebben. Het was slecht gezongen, de 'rap' was zeikerig en enkel de basgitarist fleurde het optreden een beetje op met zijn gedartel op het podium.

Er volgde een disco waarbij het geluidsniveau werd opgeschroefd tot laagvliegendhelikoptervolume. De studenten verkwikten hun breinen met Hoempa hoempa hoempa Tètètè, tètètè en nog veel meer fantastische muziek. The Glorious Gentlemen’s Club verzorgde vervolgens een slotact waar elke kring nog een puntje aan kan zuigen. Onvermoeibaar speelden zij tijdloze klassiekers als Go Johnny Go.

De winnende kring was eigenlijk geen verrassing meer. Kinneke Baba sleepte zowel de vrijzinnigheidsprijs als de publieks- en juryprijs in de wacht. GK, LWK en Hesbania konden op een eervolle vermelding rekenen vertaald naar tweede en derde plaatsen. Er werd gevraagd of de vicerector nog aanwezig was om duidelijk te maken dat de liedtekst van Kinneke baba representatief is voor het gedachtegoed van alle studenten. Helaas had zij zich reeds op een onbekend tijdstip uit de voeten gemaakt. Kinneke Baba mocht nog een keer aantreden met hun winnende lied. Ondanks de slappe lach en behoorlijk wat valse noten deze keer kregen zij andermaal een verdiend applaus; ze hadden zich al lang bewezen.