Fietsen in Brussel zit in de lift
Artikel gepubliceerd op 27 oktober 2014 om 15:58

© De Moeial, Sarah Hamdi

“Leerling wordt loser: de auto is niet meer cool” kopte De Morgen op 8 mei dit jaar. Jongeren zijn steeds minder geïnteresseerd in het halen van hun rijbewijs. Velen vinden een auto onnodig. En dat is goed nieuws voor de fiets.

In de straten van Brussel is deze verandering goed zichtbaar. Waar men een paar jaar geleden enkel de milieubewuste einzelgänger op een fiets met Groen!-reclame tussen de spaken trof, zijn het nu vooral de hipsters die de Brusselse straten opzoeken.

Toch is op de fiets stappen in Brussel niet altijd zonder risico. Uit onderzoek blijkt dat een Brusselse fietser gemiddeld eens om de 25.000 kilometer een verkeersongeval meemaakt. Dat brengt niet alleen persoonlijke schade en een onveiligheidsgevoel met zich mee, maar kost de sociale zekerheid  jaarlijks dertig miljoen euro. En dat is dan ook de dringende oproep van de Brusselse jongeling op de fiets: verminder de fietsonvriendelijke houding bij automobilisten.

Altijd weer die hipsters

De moeilijkheid waarmee fietsers geconfronteerd worden bij het opeisen van de straat is niet enkel een probleem van vandaag de dag. Als we terugkijken naar de begintijden van de fietsende burgers, zien we dat niet de arme arbeider het recht op de weg probeerde op te eisen, maar dat we dat vooral te danken hebben aan de hipsters van die tijd: de bourgeoisie.

Al in 1866 werd de vélocipède geïntroduceerd in Brussel. Deze typische fiets met groot voorwiel maakte het mogelijk om te fietsen op straat. Op het moment van de introductie van de fiets in Brussel, was de publieke ruimte voorbehouden aan de bourgeoisie. Naar het voorbeeld van Parijs werden er grote boulevards aangelegd om over te paraderen, met de koets of met de fiets.

Rond 1900 was er een achteruitgang voor de fiets in Brussel. De fiets was niet meer alleen voor de rijke bourgeoisie, het werd ook een handig vervoersmiddel voor de arbeider om van thuis uit naar het werk te gaan. Na de introductie van de auto werd het recht van de fiets totaal ontnomen.

Mentaliteitswijziging

Tot nu. Want er vindt wederom een mentaliteitsverandering plaats. Niet enkel bij de Brusselaars zelf, maar ook de pendelaars nemen steeds vaker hun vouwfiets mee. Niemand verspilt immers graag zijn tijd in de Brusselse files.

Een mentaliteitsverandering alleen is onvoldoende. Uit recent onderzoek van Br(ik onder duizend studenten komen een aantal drempels naar voren die studenten nog altijd beletten de fiets te nemen. Zo is de infrastructuur in Brussel nog altijd niet aangepast aan de stijgende hoeveelheid fietsers. Betere fietspaden, meer veilige parkeerplaatsen en een betere houding van automobilisten tegenover de fietser zijn de belangrijkste behoeften van de  studenten die nu nog niet op de fiets durven te stappen.

Stedelijke stimulans

Maar ook Brussel staat niet stil. Van links en rechts worden studenten gestimuleerd om op de fiets te stappen. Zo is er om de paar maanden Marché Velo in de Beursschouwburg, een evenement waar je een tweedehandsfiets kan kopen of kleine reparaties kan laten uitvoeren. Momenteel is de Stad Brussel bezig met de heraanleg van de centrale lanen. Die worden autoloos, wat perfect aangeeft dat de auto steeds minder koning is.

Er is nog veel werk aan de winkel, maar hopelijk kunnen we over een paar jaar toch ook zeggen dat Brussel even fietsvriendelijk is als Amsterdam, Kopenhagen en Parijs.