De zeven culturen
Artikel gepubliceerd op 20 mei 2014 om 14:36

Wat een bewogen academiejaar moet het voor jullie geweest zijn, heren Decanen. Het heeft gedonderd, maar u heeft geknokt. De strijd is nog niet gestreden, maar gelukkig zijn jullie na dit jaar alvast opgewarmd.

De verhuis van de vakgroep Communicatiewetenschappen (SCOM) van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte (LW) naar de faculteit Economische en Sociale Wetenschappen (ES) en het bijbehorende gekibbel blijkt vandaag niet meer dan een hors-d'oeuvre geweest te zijn van wat er op til stond in de straat der faculteiten. 

Binnenshuis moesten er allereerst zeven beleids- en besparingsplannen opgesteld worden en stapelden de voorlopige versies zich maand na maand genadeloos op, tot het bijna komisch werd, en jullie de tranen nabij waren van het lachen. Zagen wij dat goed, u lachte heus toch?

Knippen en knikken

Het heeft geduurd, maar u heeft geknipt en zij hebben geknikt. Tijd om echt te beginnen besturen. Want wat een spannend academiejaar moet het voor jullie nog steeds zijn, heren Decanen. Een van de grootste hervormingen die onze alma mater heeft gekend staat voor de deur, en u zetelt nu. U neemt in de tweede fase van de Governance Commission de toekomst van de faculteiten door. Of toch enkelen uitverkorenen onder u, want niet alle decanen zijn welkom op deze vergaderingen. Divide et impera, mijnheer de Rector? Men fezelt soms ook dat u zo klein mogelijke vergaderingen “gewoon efficiënter” vindt. Men fezelt soms ook, nog stiller, waarom u dan eigenlijk geen afschaffing van het parlement bepleit.

In 1959 vertelde C.P. Snow op een lezing dat de westerse intellectuele wereld strikt opgedeeld was in twee culturen, in die van de exacte wetenschappen enerzijds en die van de humane anderzijds. De lezing bracht een golf van reacties teweeg bij academici beider kampen. Meer dan vijftig jaar later is elke druppel profetische kracht echter uit Snows tekst gezogen. 

Het is niet moeilijk om tot de conclusie te komen dat Snow in The Two Cultures and the Scientific Revolution wel het juiste probleem aanduidde, maar dat aan de verkeerde oorzaak koppelde. Voorwaar, academische en intellectuele specialisatie werd in de vorige eeuw zo ver doorgedreven dat de alfa- en de bèta-wetenschappen wederzijds onverstaanbaar zijn geworden, en men dat daarbij überhaupt niet erg vond. 

Universiteit in ketens

Maar wat was geschied, schreed voort. De grootste tragedie die zich vandaag afspeelt binnen de academische muren is niet het louter uit elkaar drijven van de exacte en menswetenschappen, maar ook dat de faculteiten zelf naar eilandjes zijn geroeid, en dat zonder achterom te kijken. In de loop van de twintigste eeuw deed de cultus van het professionalisme zijn intrede in de academie en in een spiraal van superspecialisatie werden territoria uitgetekend. Territoria, in de vorm van de huidige faculteiten. Professionalisme en institutionalisering worden gezalfd en zuigen de verbeeldende kracht uit de wetenschappen. Vrij verkeer van denken ruimde plaats voor het dogma van de eilandmentaliteit, met een superspecialisatie van onderzoek en denken tot gevolg.

De opkomst van de wetenschap als instituut ontneemt de disciplines hun voorstellingsvermogen, terwijl het net de verbeelding is die het het onderzoek drijft. Althans, dat geloven wij, studenten, nog graag. 

Dus vraag ik u, hoe onderscheidt uw faculteit zich eigenlijk van de andere, wanneer alle onderzoek net gestuwd wordt door verwondering en nieuwsgierigheid? Het uiteendrijven van de twee culturen zegeviert vandaag en lijkt zich door te zetten naar een scheiding van zeven facultaire kampen. 

In deze Vrije, maar op een kerker lijkende Universiteit is het de verschillende actoren echter niet duidelijk dat zij geen vijanden van elkaar zijn, maar net dezelfde vijand delen: een geïnstitutionaliseerd systeem dat kritisch en vrij verkeer van denken belet.