Georges Declercq, Decaan LW: “Het is moeilijk om tegen de tijdsgeest in te roeien”
Artikel gepubliceerd op 18 Maart 2014 om 15:24

Georges Declercq, sinds dit academiejaar decaan van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte (LW), vertegenwoordigt de stem van het academisch personeel in de hogere bestuursorganen van de universiteit. Daar zal hij stelling nemen tegen hervormingen die het rectorencollege graag spoedig wil goedkeuren. “Ze noemen ons dikwijls een moeilijke faculteit, maar we zijn gewoon redelijk eigenzinnig. Voor ons is dat meer dan een slogan.”

Georges Declercq: “Onze faculteitsraad komt maandelijks samen en heeft een uitgebreide bevoegdheid. De raad mag voorstellen formuleren over alles wat met het Zelfstandig Academisch Personeel (ZAP) te maken heeft. Dat gaat van vacatureaanvragen tot bevorderingen van professoren. Bovendien is het een breed orgaan. Daarnaast is er het faculteitsbestuur. Dat komt eveneens elke maand bijeen, maar is een kleiner orgaan: de vakgroepvoorzitters, de decaan, de vicedecanen, maar ook afgevaardigden van de assistenten, studenten en ATP hebben een plaats in het bestuur. De bevoegdheden zijn echter beperkter, de vergadering houdt zich vooral bezig met het voorbereiden van de punten die de faculteitsraad moet bespreken.”

“Elke vakgroep heeft een aantal stemmen in de faculteitsraad om het evenwicht te behouden, maar ieder ZAP-lid is in principe welkom. Of iemand nu voltijds of deeltijds docent is, iedereen mag aanwezig zijn en heeft spreekrecht. ZAP-leden met een tijdelijke aanstelling hebben dezelfde rechten. Daar zijn we, denk ik, vrij uniek in. We proberen de professoren zoveel mogelijk bij het beleid te betrekken. Een vergadering waar in theorie zestig à zeventig mensen aanwezig mogen zijn, lijkt voor sommige collega’s allicht verre van efficiënt. Men wekt soms de indruk dat we een soort Poolse landdag zijn. Dat is natuurlijk niet zo.”

Universiteiten zijn niet gegroeid van bovenaf, ze zijn van onderuit vormgegeven.

Georges Declercq

Staat dat model nu onder druk?

“De GOCO wil de facultaire bestuursstructuren hervormen naar analogie met de centrale structuren. De faculteitsraad zou als breed orgaan nog maar enkele keren per jaar vergaderen. De meeste bevoegdheden zouden bij het faculteitsbestuur terechtkomen. Dat bestuur zou wel nog maandelijks samenkomen. Alle beslissingen over het ZAP zijn in dat nieuwe model voor rekening van het bestuur. Onze faculteit is tegen dat voorstel.”

Is de faculteit ooit geraadpleegd?

“Het zit zo: er zetelen drie decanen in de GOCO. Elke decaan heeft bovendien een andere decaan als plaatsvervanger. Van de acht decanen zijn er dus zes rechtstreeks of onrechtstreeks vertegenwoordigd. Dan blijven er twee decanen over: ik namens LW en collega Elias, namens PE (Psychologie en Educatiewetenschappen, nvdr). Een collega-decaan heeft ooit voorgesteld om alle decanen in de GOCO op te nemen op het moment dat de commissie de facultaire structuren ging bespreken. Daar is men helaas niet op ingegaan.”

“De faculteit heeft bovendien noch een assistent, noch een studentenafgevaardigde in de commissie. Met als gevolg dat wij in eerste instantie minder informatie kregen. Inmiddels stroomt de informatie wel door en mocht ik aanwezig zijn op de commissie om de bespreking van de nieuwe facultaire structuren bij te wonen.”

“In januari is de faculteit formeel geraadpleegd. De decanen kregen de vraag om de faculteiten te consulteren en de hervormingsplannen af te toetsen. De voorzitster van de GOCO, vicerector Viviane Jonckers, is daarop uitgenodigd op de faculteitsraad om alles uit te leggen. De raad heeft de voorstellen besproken en daaruit kwam het standpunt naar voren dat ik nu zal vertolken naar de academische autoriteiten.”

De faculteit loopt blijkbaar niet warm voor de plannen. Stel, u mocht op de hervormingsstoel gaan zitten. Wat zou u doen?

“Dat is een moeilijke vraag. Er zijn best zaken die anders kunnen. De vermindering van het aantal faculteiten sluit ik niet uit. De faculteit LW en ES (Economische en Sociale Wetenschappen en Solvay, nvdr), of delen ervan, zouden kunnen samensmelten tot een faculteit van arts and social sciences. Er bestaan instellingen met zulke faculteiten. Als we zelf konden kiezen zonder rekening te hoeven houden met andere constructies die uitgedacht zijn, denk ik dat veel collega's voor zo'n faculteit zouden tekenen. Ik vrees helaas dat men niet aan ons zal vragen om de faculteit te hervormen. Alles gebeurt immers van boven naar beneden.”

Men wekt soms de indruk dat we een soort Poolse landdag zijn. Dat is natuurlijk niet zo.

Georges Declercq
U ziet de besluitvorming dus liever horizontaal verlopen?
 

“Ik werk liever vanuit de basis. Historisch zijn universiteiten eigenlijk horizontale instellingen. Ik ben mediëvist, dus ik kijk naar de oorsprong van universiteiten. Dan situeren we ons in de twaalfde en dertiende eeuw. Er waren twee modellen in de middeleeuwen: het Parijse model en het model van Bologna. In Parijs verenigden professoren zich in genootschappen, in Bologna waren studenten de motor van de ontwikkeling van de universiteit. De rector was daar bijvoorbeeld een student.”

“Het Parijse model heeft lange tijd invloed gehad: de universitas als gemeenschap van professoren. Eigenlijk bijna tot op de dag van vandaag. Het collegiaal besturen van een instelling heeft zijn oorsprong dus in de middeleeuwse universiteit. Universiteiten zijn niet gegroeid van bovenaf, ze zijn van onderuit vormgegeven. Ik denk dat dat in onze faculteit nog sterk leeft. Men is zeer geneigd om te zeggen: ‘Wij zijn de universiteit, wij zijn de faculteit en collega's.’ Wij beslissen toch over de richting van onze opleidingen? Als er een nieuwe collega moet worden aangeworven, dan laten we die beslissing toch niet over aan een klein gremium? Laat staan aan mensen die daar helemaal geen zicht op hebben.'”

Is er wel animo voor een terugkeer naar de middeleeuwse visie?

“Die traditie vindt blijkbaar niet veel bijval meer. Het is moeilijk om tegen de tijdsgeest in te roeien. Sinds de jaren tachtig is men zowat overal ter wereld begonnen met de universiteit op te vatten als een bedrijf. Thatcher en Reagan hebben die evolutie ingezet in de Angelsaksische wereld, maar inmiddels is het een wereldwijd fenomeen. Universiteiten adopteren de structuren van privébedrijven en moeten vooral kostenbesparing en efficiëntie nastreven volgens de principes van het New Public Management (NPM). Vlaanderen kiest nu eigenlijk voor een hybride model. Enerzijds nemen we de bedrijfsstructuren in zekere mate over, anderzijds aanvaarden we dat er participatie blijft.”

“Er zijn natuurlijk collega's die niet zitten te wachten op bestuurlijke verantwoordelijkheid. Een argument voor deze hervormingen is dan ook dat academisch personeel hoofdzakelijk onderwijs wil geven en aan onderzoek wil doen. Met bestuurlijke beslommeringen zou je hen eigenlijk niet moeten belasten, luidt de redenering. Het is ook steeds moeilijker om gegadigden te vinden voor functies zoals het decaanschap. Een decaan moet tegenwoordig veel meer kunnen dan tien jaar geleden. Ik kan me dus best voorstellen dat sommige collega's liever zo weinig mogelijk belast worden met bestuur.”

Hervormingen moeten voor ons gepaard gaan met inhoudelijke verbeteringen.

Georges Declercq

“Toch blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat ontwikkelingen in de richting van NPM ook veel stress teweegbrengen. Fullcosting is bijvoorbeeld iets dat internationaal al een tijd aan de gang is. Men berekent overal de exacte kosten van. De rector is daar een voorstander van en ook aan de VUB zijn de voorbereidingen inmiddels begonnen. Dat betekent dat men ook wil weten wat de tijdsbesteding van het academisch personeel is. Je zult dus moeten aangeven waaraan je je werktijd besteedt. Het gevolg is dat alles op korte termijn moet gebeuren, terwijl academici geneigd zijn om op lange termijn te werken. Je moet bijvoorbeeld op korte tijd zoveel mogelijk publicaties schrijven. Dat legt een zekere druk op het personeel.”

“Jonge mensen voelen die druk wellicht nog het sterkst. Je moet vanaf het begin van je carrière presteren. Het liefst zoveel mogelijk. Je hebt niet meer de kans om je langzaamaan te ontwikkelen in je loopbaan. Je moet onmiddellijk publicaties voorleggen en men gaat dat ook actief monitoren. We zitten in een soort evaluatiecultuur waarin iedereen gecontroleerd wordt.”

De Raad van Bestuur van de VUB zal op 1 april een beslissing nemen over de toekomstige facultaire structuren. Uw faculteit is tegen het voorstel van de Governance-commissie. Wat gaat u vragen?

“De vraag van mijn faculteit is om de toekomstige faculteiten de keus te laten tussen twee bestuursmodellen. Ze moeten zelf kunnen bepalen of ze een faculteitsraad met een brede bevoegdheid willen of opteren voor het nieuwe model. Ik weet dat andere collega's zullen zeggen dat de faculteitsraad in het GOCO-voorstel ook nog belangrijk is. Ze beslist immers over het beleidsplan, het personeelsplan en het meerjarenplan. Dat is natuurlijk mooi, maar de werkelijke invulling van een vacature is ook van belang. Als je een pakweg 30- jarige professor aanstelt, dan bepaalt die nog zo'n dertig jaar mee het gezicht van de faculteit. Zulke beslissingen moet je zorgvuldig nemen, met voldoende draagvlak.”

“We zijn heus niet resoluut tegen welke verandering dan ook. Maar hervormingen moeten voor ons gepaard gaan met inhoudelijke verbeteringen. Er zal participatie blijven, maar vergeleken met de huidige situatie betekent het voorstel een achteruitgang. Ik heb echter de indruk dat wij min of meer alleen staan in ons pleidooi. Het zal wellicht moeilijk worden, maar ik ga het standpunt van mijn faculteit verdedigen. Ik heb een legitimiteit omdat ik verkozen ben door mijn collega's. Hun standpunt zal ik dan ook uitdragen.”