De Dublin Lockout: Honderd jaar geleden bromde Dublin
Artikel gepubliceerd op 16 december 2013 om 16:19

De lockout van 1913 begon op dinsdag 26 augustus om 9u40, toen de trambestuurders van Dublin uit hun voertuigen stapten en het openbaar vervoer trachtten lam te leggen. De Irish Transport and General Workers (ITGW), geleid door James Larkin, werd op zijn beurt het zwijgen opgelegd door de Dublin United Tramway Company (DUTC): een luttele veertig minuten later wierf directeur William Murphy prompt externe mankrachten aan die het openbaar vervoer meteen moesten herstellen. De staking was echter de prelude voor een bittere klassenstrijd die maandenlang zou duren. Maar waarom wordt de Dublin lockout een eeuw na datum nog steeds herdacht?

Aan het begin van de twintigste eeuw was het hard leven voor Ierse arbeiders. Het land had in vergelijking met andere Europese landen pas zeer laat industriële impulsen ondergaan en bijgevolg stond ook de arbeidersbeweging bij de eeuwwisseling nog in haar kinderschoenen. Het leeuwendeel van het werkvolk leefde in precaire omstandigheden. De misdaadcijfers en kindersterfte lagen in Ierland bijzonder hoog, een gevolg van de achtergestelde hygiënische condities in de sloppen van Dublin, waar tuberculose de scepter zwaaide. De grootste boosdoener was de tergende armoede waar de arbeiders mee te kampen hadden. Een eis naar syndicale vertegenwoordiging was onvermijdelijk.

Wanneer Iers vakbondsleider James Larkin in 1908 naar Dublin verhuisde, besloot hij met de ervaring die hij had opgedaan als afgevaardigde van de National Union of Dock Labourers (NUDL) in Belfast een nieuwe vakbond op te richten. De Irish Transport and General Workers' Union zag dat jaar het licht. Verdere mobilisatie bleef niet uit; in juni 1911 werd The Irish Worker and People's Advocate opgericht, kranten die een alternatief moesten bieden voor de antisyndicalistische en door kapitalisten gecontroleerde pers. Een jaar later richtte Larkin samen met James Connolly de Irish Labour Party op, om zo de Ierse arbeiders een stem te geven in het parlement. De arbeiders zelf gaven gehoor aan de inspanningen van Larkin en Connolly; zo zwol het ledenaantal van 4.000 in 1911 aan tot 10.000 in 1914.

Samen staak je sterk

Hevig tegenstander van Larkin, Connolly en het syndicalisme was James Murphy, voorzitter van de DUTC en eigenaar van kranten zoals de Irish Independent, Evening Herald en Irish Catholic. Hoewel hij doorgaans beschouwd werd als een vrijgevig man, ploeterden zijn werknemers in deplorabele werkomstandigheden. Hij was dan ook niet opgezet met de oprichting van de ITGW en meer specifiek met de hand die James Larkin hierin had. Zijn reactie op de acties van Larkin was niet mals. Op de vooravond van de lockout, in juli 1913, vormde hij samen met 400 Ierse werkgevers een collectief antwoord tegen de opkomst van het syndicalisme in Dublin. Een maand later werden 340 van zijn werknemers ontslagen omwille van hun lidmaatschap bij het ITGW.

Na de eerste staking van 26 augustus was het dagenlang onrustig in de straten van Dublin, en liepen de spanningen tussen Murphy en Larkin hoog op. Op 28 augustus werd die laatste gearresteerd en werd een officieel verbod op samenkomst uitgevaardigd door de regering. Larkin, die jarenlang actief was geweest als vakbondsafgevaardigde in Belfast, had er een protestvorm ontwikkeld die ongezien was in Ierland: de solidariteitsstaking. Eenmaal op vrije voet verbrandde Larkin het verbod in het openbaar en maande hij 20.000 arbeiders aan om uit solidariteit met hun ontslagen collega's het werk neer te leggen en de straat op te trekken. Wat volgde was het grootste Ierse arbeidersconflict ooit. De nacht van 30 augustus 1913 staat vandaag bekend als Bloody Sunday. Vier arbeiders lieten het leven in hun strijd tegen de oproerpolitie en 300 anderen raakten gewond.

Ondanks de vele slachtoffers weigerden beide kampen in te binden. Op 3 september bracht Murphy wederom een groep van 400 werkgevers samen en overtuigde hij hen ervan om te reageren tegen de ITGW. Daarop ondertekende de groep een overeenkomst om geen leden van de vakbond meer in dienst te laten en tegenstanders van de maatregel te ontslaan. De lockout was een feit. Tienduizenden arbeiders in de Ierse hoofdstad kreunden vervolgens een half jaar lang onder de maatregel, ondervoeding en de vele rellen en betogingen, waarbij honderden arbeiders het slachtoffer werden van het gewelddadige optreden van de politie.

Winst halen uit verlies

In het voorjaar van 1914 kwam de lockout tot een einde wanneer duidelijk werd dat steeds meer uitgehongerde arbeiders besloten hadden om opnieuw te gaan werken en te beloven geen lid te worden van een vakbond. Murphy haalde zijn slag thuis en de ITGW kwam ernstig gehavend uit het conflict. Murphy kraaide victorie in The Irish Times, maar Connolly besloot in het najaar van 1914 dat de strijd geëindigd was in een status quo en dat beide kampen nog steeds gebukt gingen onder de littekens van de lockout.

Een eeuw later is duidelijk dat het belang van de lockout voor de ontwikkeling van het Ierse syndicalisme niet onderkend mag worden, hoewel de ITGW compleet kaduuk uit het conflict kwam. Met de Dublin lockout zegevierden de Ierse werkgevers dan wel, maar het bleek wel een noodzakelijke stap te zijn die de arbeiders moest nemen om enkele jaren later een gigantische sprong voorwaarts te kunnen maken. De ITGW had gefaald als vakvereniging, maar verschafte de Ierse arbeidersklasse klassenbewustzijn. Amerikaans historicus J.D. Clarkson beschreef later de overwinning van het Larkinism als volgt: “... the most helpless of all classes had learned the lesson of its power and in the learning had proved itself worthy of Ireland's bravest traditions.”