Van communist tot conservatief flamingant: Aloïs Gerlo, eerste VUB-rector
Artikel gepubliceerd op 6 november 2012 om 16:44
Auguste Vermeylen    
© vub.ac.be

De geschiedenis is echter vol van pardoxen”, zei Trotski ooit. De ironie van de oorsprong en de inhoud van dit citaat vat de levenswandel van academicus Alois Gerlo treffend samen. Voor veel studenten is hij tegenwoordig niets meer dan de naam van de promotiezaal in Gebouw D. In navolging van zijn voorbeeld, de filosoof Desiderius Erasmus, is hij altijd erudiet humanist gebleven. Desalniettemin kende zijn leven een aantal vreemde wendingen.

Als kind van een huisschilder en behanger bracht Gerlo zijn schooljaren door in het staatsonderwijs (het huidige gemeenschapsonderwijs), waar zijn Oost- Vlaamse onderwijzeres hem aanspoorde om verder te studeren. Dit bleek geen eenvoudige opdracht tijdens de crisisjaren van het interbellum. Toch wist Gerlo af te studeren als classicus aan de Rijksuniversiteit Gent en studeerde hij aan de Sorbonne. In Gent kreeg hij les van de linkse flamingant August Vermeylen. De impact van Vermeylens flamingantisme op Gerlo heeft zich duidelijk gemanifesteerd in zijn denkbeeld.

Communist

Rond deze periode sloot Gerlo zich aan bij de Belgische Werklieden Partij (BWP, de voorloper van sp.a). Van het ideaal van De nieuwe orde van voorzitter Hendrik de Man kreeg Gerlo het echter spaans benauwd. Daarom koos Gerlo net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog de kant van het communistisch getinte Onafhankelijkheidsfront. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wilde Gerlo eigenlijk Slavistiek studeren om zijn literaire helden, zoals Dovostjevski en Tolstoï, te kunnen lezen in hun moedertaal. De nazibezetting maakte dit onmogelijk. Ondertussen was Gerlo actief geworden in het verzet. Hij hield zich voornamelijk bezig met verspreiden van sluikpers. Hij omschrijft deze periode als “een zeer zenuwslopend bestaan, tijdens hetwelk ik, vooral dan het laatste jaar, ondergedoken leefde.”

Na de oorlog trad Gerlo aan als hoofdredacteur van de communistisch bladen De Rode Vaan en later Front. Hier kwam hij in contact met de schrijver Louis-Paul Boon en er ontwikkelt zich een vriendschap tussen beiden. Wanneer Front in slechte papieren komt te zitten, verlaat Gerlo het blad. Later zal Gerlo zeggen dat zijn “ruggengraat te weinig buigzaam was”, maar de financiële situatie van Front speelde ook een belangrijke rol in zijn vertrek.

Patijloos, maar een academische doorstart

In de jaren ‘50 keert hij dan het communisme de rug toe, omdat de houding van het Sovjetleger tijdens de Hongaarse Opstand in 1956 onmogelijk te verdedigen viel. Hij is toen ook veel actiever geworden in de wereld van het onderwijs. Hij doceerde inmiddels zowel aan de Rijksuniversiteit Gent als aan de unitaire en tweetalige VUB/ULB. Buiten zijn geliefde vakgebied van de Letteren, legde hij zich ook toe op opvoedkunde (tegenwoordig de leraren-opleiding). Oudstudenten omschrijven hem als “veeleisend, maar zeer degelijk en bekwaam.”

Bij de vernederlandsing van de leergangen in de jaren ‘60, de periode waarin de VUB en de ULB besluiten om elk hun eigen weg gaan, komt Gerlo aan het roer te staan van de nieuwbakken universiteit. Als rector beleeft hij woelige tijden. Studenten, bedienden en arbeiders eisen meer inspraak. Ze willen niet langer dat de universiteit enkel in handen is van hoogleraren en docenten. Na aanhoudende druk, die resulteert in een patstelling, komt het zover dat Gerlo dreigt om ontslag te nemen als rector. Uiteindelijk wordt er een compromis uitgewerkt, de Sociale Raad (SOR) wordt geboren. Finaal gezien is de huidige Studentenraad van de VUB een erfenis van de eisen van toen.

Vlaamser, flaminganter

Zelfs voor Gerlo rector wordt, zet hij zich al in voor “de expansie van het Vlaams hoger onderwijs.” In 1964 richt hij de Vereniging van Vlaamse Professoren op. Hij verdiept zich ook in het leven van de 16de-eeuwse Marnix van Sint Aldegonde. Gerlo klaagde regelmatig dat de jeugd Marnix niet meer kende. Dat ergerde hem vooral omdat hij van mening was dat deze Brusselse geus mee aan de basis lag van het ‘vrijzinnig’ humanisme en dat zijn naambekendheid niet louter mocht worden ontleend aan het feit dat hij tekstschrijver van het Nederlands volkslied, het Wilhelmus, was.

De impact van Vermeylens flamingantisme op Gerlo heeft zich duidelijk gemanifesteerd in zijn denkbeeld.

Gerlo’s flamingantisme komt meer en meer tot uiting en begint soms wat conservatievere trekken te vertonen. Het komt dan ook hard aan wanneer de Vlaamse socialisten breken met het Vermeylenfonds in 1979. Professor Rudolf De Smet, een goede kennis van Gerlo, schrijft neer dat het een diepe wonde sloeg. De breuk is zeker volledig wanneer Gerlo zich uitlaat over de plaatsing van (nieuwe) kruisraketten in België. De oudrector ziet in zijn voorheen zo gekoesterde ideologie nu het grootste gevaar op aarde. In een vrije tribune van De Standaard haalt hij fel uit naar de SP en de Volksunie vanwege hun protest tegen de raketten.

In zijn boek Noch hoveling, noch gunsteling ging de classicus nog een stapje verder. Hij schrijft: “Ik verdedig ook de 'christelijke' waarden. Ik denk niet dat zulks een schande is. Ik vind het veeleer eerlijk.” De voorstanders van Gerlo kaderen dit graag in een ruime historische context, anderen namen er aanstoot aan. De kritiek, dat waarden - zowel intrinsiek als instrumenteel - binnen een seculiere maatschappij in de 20ste eeuw niet meer onder de noemer christelijk vallen, maar een modern kader hebben, zorgde voor een verder uiteendrijving tussen de progressieve hoek en Gerlo.

Het ging van kwaad naar erger. In 1993 liet hij in Trends optekenen dat het multiculturalisme haaks stond op de verworvenheden van de Vlaamse Beweging. Het hek was nu helemaal van de dam. Het is zelfs zover gekomen het Vlaams Blok (de voorloper van het Vlaams Belang) Gerlo als denkgenoot trachtte te recupereren.

Gerlo maakte in zijn leven vele omzwervingen om uiteindelijk daar te eindigen waar zijn leven ooit begon. In zijn geboortedorp Baasrode ruilde hij in 1998 het eindige voor het eeuwige. Hij werd 83 jaar oud.